Wieringen
Wie wil er mee naar Wieringen varen,
‘s morgens vroeg al in de dauw.
Met een mooi meisje van achttien jaren,
dat zo graag naar Wieringen wou?
Schipper ik hoor de hanen kraaien,
schipper ik zie de vlaggetjes waaien!
Stuurman laat je roer maar gaan,
dan zullen we spoedig op Wieringen staan.
Als we dan straks op Wieringen komen,
zien we zoveel boeren daar staan,
die er het spek met lepels vol eten,
je zou er wel om naar Wieringen gaan.
Refrein
Straks in de herberg ‘t Vergulde Poortje,
daar verkopen ze brandewijn.
Eén potje vol al om een oortje,
suiker en kaneel er bij.
Refrein
43