Categorie: Jufferblocq

  • Blow the man down

    Blow the man down

    1. Oh as I wuz arollin’down Paradise Street,
      Timme way, hay, blow the man down!
      A sassy, flash clipper I chanct for to meet,
      Ooh! Give us some time to blow the man down!
    2. Of the port that she hailed from I cannot say much,
      Timme way, hay, blow the man down!
      But by her appearance I took her for Dutch
      Ooh! Give us some time to blow the man down!
    3. Her flag wuz three colours and her masthead wuz low,
      She wuz round in the counter an’ bluff at the bow,
    4. From larboard to starboard an’ so sailed she,
      She wuz sailin’ ad large – she wuz runnin’ free.
    5. I fired my bow-chaser the signal she knew,
      She backed her maintawps’l an’ for me hove to.
    6. She wuz bowlin’ along with the wind blowin’ free,
      She clewed up her courses an’ waited for me.
    7. I hailed her in English she answered me clear,
      ‘I’m from the Black Arrow bound to the Shakespeare.’
    8. I tipped her my flipper an’ took her in tow,
      An’ yard-arm to yard-arm away we did go.
    9. She then took me up to her lily-white room,
      An’ there all the evening we danced an’ we spooned.
    10. Me shot-locker’s empty, me powder’s all spent,
      I’v
  • Bitter zeemanslied

    Bitter Zeemanslied 7-12-16 2

    1. We varen voor een Zeemanspree,
      Over de zoute zee.
      Al gaan er nooit geen vrouwen mee,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    2. En zijn we goed of slecht gezind,
      Over de zoute zee.
      We worden gedreven door de wind,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    3. Wij vreten bonen met azijn,
      Over de zoute zee.
      Het spek is voor de kapitein,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    4. En gaan we zuipen aan de wal,
      Over de zoute zee.
      Ze tappen er witte zo bitter als gal,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    5. En komt er een orkaan voorbij,
      Over de zoute zee.
      Dan is’t gedaan met koopvaardij,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    6. Dan roepen wij Neptunus aan,
      Over de zoute zee.
      Neptunus laat ons niet vergaan,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    7. De zee is diep, de zee is doof,
      Over de zoute zee.
      Ze luistert naar geen bijgeloof,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    8. Als we voor eeuwig zijn vergaan,
      Over de zoute zee.
      Dan komen we in de hemel aan,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    9. We krijgen dan ons laatste pree,
      Over de zoute zee.
      En zuipen met Neptunus mee,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
    10. En hebt ge m’n liedje niet verstaan,
      Over de zoute zee.
      Ga varen op de oceaan,
      over de zoute pekelzee,
      over de zoute zee.
  • Amsterdam +s

    IN DAT OUD AMSTERDAM (Liesbeth List)

    In dat Oud-Amsterdam, in de buurt van de haven
    Gaan de zeelui zich laven, drinken ’t hek van de dam
    In dat Oud-Amsterdam, liggen zeelieden dronken
    Als een wimpel zo lam, in de dokken te ronken
    In dat Oud-Amsterdam, krijgt een zeeman de stuipen
    Tot hij zich, grauw van gram, in ’t bier wil verzuipen
    Maar in Oud-Amsterdam zie je zeelui ontkatert
    Als de ochtendzon schatert, over Damrak en Dam
    In dat Oud-Amsterdam, zie je zeelieden bikken
    Zilv’ren haringen slikken, bij de staart, uit de hand
    Van de hand in de tand smijten zij met hun knaken
    Want ze zullen ‘m raken, als een kat in ’t want
    En ze stinken naar aal, in hun grofblauwe truien
    En ze stinken naar uien, daarmee doen ze hun maal
    Na dat maal staan ze op, om hun broek op te hijsen
    En dan gaan ze weer hijsen, tot ’t boert in hun krop
    In dat Oud-Amsterdam zie je zeelieden zwieren
    En dan de meiden versieren, lijf aan lijf, warm en klam
    En draaien hun bals als een went’lende zon
    Op de klank, dun en vol, van een accordeon
    En zo rood als een kreeft happen zij naar wat lucht
    Tot opeens, met een zucht, de muziek ’t begeeft
    Met een air van gewicht voeren zij met wat spijt
    Dan hun Mokumse meid weer terug in het licht
    In dat Oud-Amsterdam gaan de zeelui aan ’t drinken
    Aan ’t drinken en drinken, en daar nog ‘es op drinken
    Tot ’t Oude Kerksplein op een thuishaven lijkt
    En de hoer in ’t kozijn net als moedertje kijkt
    En haar borst is de borst van verloofde of vrouw
    En daarna weer zo’n dorst, en de nacht wordt al grauw
    Want op terug naar de schuit en de kater breekt aan
    En ze snikken ’t uit, tegen meerpaal en kraam
    In dat Oud-Amsterdam, in ’t Oud-Amsterdam
    In dat Oud-Amsterdam

  • All for me grog

    All For Me Grog 7-1-2017 103
    Well it’s all for me grog, me jolly jolly grog,
    It’s all for me beer and tobacco.
    For I spent all me tin on the lassies drinking gin,
    Far across the western ocean I must wander.
    Where are me boots, me noggin’, noggin’ boots,
    They’re all gone for beer and tobacco.
    For the heels they are worn out and the toes are kicked about
    And the soles are looking out or better weather.
    chorus
    Where is me shirt, me noggin’, noggin’ shirt,
    It’s all gone for beer and tobacco
    For the collar is all worn and the sleeves they are all torn
    And the tail is looking out for better weather.
    chorus
    I’m sick in the head and I haven’t been to bed,
    Since first I came ashore from me slumber,
    For I spent all me dough on the lassies don’t you know,
    Far across the western ocean I must wander.
    chorus 2x

  • 2 Across the western ocean

    Across the Western Ocean 64 +s

    1. Oh, the times are hard and the wages low,
      Amelia, where you bound to?
      The Rocky Mountain is my goal,
      Across theWestern Ocean.
    2. We’re going away from friends and home,
      Amelia, where you bound to?
      We’re going away to search for gold
      Across the Western Ocean.
    3. Beware these packet ships, I say,
      Amelia, where you bound to?
      They steal your stores and clothes away,
      Across the Western Ocean.
    4. There’s Liverpool Pat with his tarpaulin hat,
      Amelia, where you bound to?
      And Yankee John, the packet rat,
      Across the Western Ocean.
    5. Fathers and Mothers, say goodbye,
      Amelia, where you bound to?
      Sisters and brothers, don’t you cry,
      Across the Western Ocean.
  • Aan het strand stil en verlaten

    Aan het strand stil en verlaten
    Bij het klimmen van de maan
    Ziet men daar een aardig paartje
    Zeer van weemoed aangedaan
    Liefste ik moet je gaan verlaten
    Morgen ga ik weer naar zee
    En dan trouwen als ik thuiskom
    Hier op Hollands’ stille ree
    Maar zij sprak “ach liefste mijne
    Spreek zover niet in het verschiet
    Want de zee ligt vol met mijnen
    En die dingen zie je niet”
    Dobb’rend op de woeste baren
    Stuurde hij z’n scheepje voort
    Maar wat daar opeens gebeurde
    Een ontploffing werd gehoord
    ’t Schip verdween al in de diepte
    Angstig keek hij om zich heen
    Nergens kon hij redding vinden
    Mensenlief waar moet dat heen
    Terwijl hij worstelt met de golven
    En de dood voor d’ogen ziet
    Denkt hij aan z’n liefste meisje
    Die hij thuis daar achterliet
    Aan het strand stil en verlaten
    Ziet men daar een meisje staan
    Die al turend en al smachtend
    Wacht de komst van haren man
    Hij zou immers wederkeren
    Hij beloofde haar toch trouw
    En dan krijgt zij zo’n verlangen
    Word ik toch zijn lieve vrouw
    Maar hij keerde nimmer weder
    Want de dood waart om ons heen
    En zij keerde telkens weder
    Aan het strand stil en alleen

  • Ameland

    Ameland

    1. West-Zuid-West van Ameland
      Daar ligt een kolkje diep
      Daar vangt men schol en schellevis
      Maar mooie meisjes niet
      Hoog, hoog, hoog, ja hoog,
      De ballast die is droog
      Maar onder op de grond
      Is hij zo nat als stront
    2. Hoog is de zolder
      Laag is de vloer
      Mooi is ‘t meisje
      Maar lelijk is de moer
      refrein
    3. Toen ‘k laatst van Suriname kwam
      Zag ik van ver een schip
      ‘k dacht dat het aan de wolken hing
      Maar het zal op een klip
      refrein
    4. En op die klip een koe
      Een wonderbare koe
      Die alle dagen kalvren moest
      Zij was er raar aan toe
      refrein
    5. Het was een vruchtbaar jaar
      Het was een vruchtbaar jaar
      Dat alle vrouwen kraamden
      En ik de vader waar
      refrein: