Bitter zeemanslied

Bitter Zeemanslied 7-12-16 2

  1. We varen voor een Zeemanspree,
    Over de zoute zee.
    Al gaan er nooit geen vrouwen mee,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  2. En zijn we goed of slecht gezind,
    Over de zoute zee.
    We worden gedreven door de wind,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  3. Wij vreten bonen met azijn,
    Over de zoute zee.
    Het spek is voor de kapitein,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  4. En gaan we zuipen aan de wal,
    Over de zoute zee.
    Ze tappen er witte zo bitter als gal,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  5. En komt er een orkaan voorbij,
    Over de zoute zee.
    Dan is’t gedaan met koopvaardij,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  6. Dan roepen wij Neptunus aan,
    Over de zoute zee.
    Neptunus laat ons niet vergaan,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  7. De zee is diep, de zee is doof,
    Over de zoute zee.
    Ze luistert naar geen bijgeloof,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  8. Als we voor eeuwig zijn vergaan,
    Over de zoute zee.
    Dan komen we in de hemel aan,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  9. We krijgen dan ons laatste pree,
    Over de zoute zee.
    En zuipen met Neptunus mee,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.
  10. En hebt ge m’n liedje niet verstaan,
    Over de zoute zee.
    Ga varen op de oceaan,
    over de zoute pekelzee,
    over de zoute zee.