Bitter Zeemanslied 7-12-16 2
- We varen voor een Zeemanspree,
Over de zoute zee.
Al gaan er nooit geen vrouwen mee,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - En zijn we goed of slecht gezind,
Over de zoute zee.
We worden gedreven door de wind,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - Wij vreten bonen met azijn,
Over de zoute zee.
Het spek is voor de kapitein,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - En gaan we zuipen aan de wal,
Over de zoute zee.
Ze tappen er witte zo bitter als gal,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - En komt er een orkaan voorbij,
Over de zoute zee.
Dan is’t gedaan met koopvaardij,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - Dan roepen wij Neptunus aan,
Over de zoute zee.
Neptunus laat ons niet vergaan,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - De zee is diep, de zee is doof,
Over de zoute zee.
Ze luistert naar geen bijgeloof,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - Als we voor eeuwig zijn vergaan,
Over de zoute zee.
Dan komen we in de hemel aan,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - We krijgen dan ons laatste pree,
Over de zoute zee.
En zuipen met Neptunus mee,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee. - En hebt ge m’n liedje niet verstaan,
Over de zoute zee.
Ga varen op de oceaan,
over de zoute pekelzee,
over de zoute zee.